Hello world!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Enkele uitkomsten en aanbevelingen uit het onderzoek van Markant en acties van het stadsdeel:
Stadsdeelwethouder Jan Hoek: ‘Het onderzoek van Markant biedt ons inzicht in de situatie van mantelzorgers in Zeeburg en laat zien waar we het beter kunnen doen. Samen met alle betrokken organisaties zal het stadsdeel werken aan de ondersteuning van mantelzorgers, bijvoorbeeld als het gaat om respijtzorg. Door dit goed aan te pakken, wordt het risico van overbelasting van mantelzorgers verkleind.’
Aansluitend aan de presentatie van het onderzoek werd een intentieovereenkomst getekend door de betrokken organisaties*. Stadsdeel Zeeburg zal de regie op zich nemen bij de uitvoering van de overeenkomst.
Markant: Ellen Bakker, tel. (020) 886 0128 en e-mail e.bakker@at.nl.
* De betrokken partners zijn: Assadaaka, Civic Zeeburg, Comité Onze Hoop, Cordaan, GGZ AMC/ De Meren, Loket Zorg en Samenleven, Markant, steunpunt mantelzorg, MEE Amstel en Zaan, Stichting Flevohuis, Stichting Voorportaal IJburg, Platform Mantelzorg Amsterdam en stadsdeel Zeeburg en ZIN.
Enkele uitkomsten en aanbevelingen uit het onderzoek van Markant en acties van het stadsdeel:
Stadsdeelwethouder Jan Hoek: ‘Het onderzoek van Markant biedt ons inzicht in de situatie van mantelzorgers in Zeeburg en laat zien waar we het beter kunnen doen. Samen met alle betrokken organisaties zal het stadsdeel werken aan de ondersteuning van mantelzorgers, bijvoorbeeld als het gaat om respijtzorg. Door dit goed aan te pakken, wordt het risico van overbelasting van mantelzorgers verkleind.’
Aansluitend aan de presentatie van het onderzoek werd een intentieovereenkomst getekend door de betrokken organisaties*. Stadsdeel Zeeburg zal de regie op zich nemen bij de uitvoering van de overeenkomst.
Markant: Ellen Bakker, tel. (020) 886 0128 en e-mail e.bakker@at.nl.
* De betrokken partners zijn: Assadaaka, Civic Zeeburg, Comité Onze Hoop, Cordaan, GGZ AMC/ De Meren, Loket Zorg en Samenleven, Markant, steunpunt mantelzorg, MEE Amstel en Zaan, Stichting Flevohuis, Stichting Voorportaal IJburg, Platform Mantelzorg Amsterdam en stadsdeel Zeeburg en ZIN.
Ik wil u graag iets vertellen over ons project Onze Hoop.
Ongeveer twee jaren geleden kwam ik Arthur Vreede van het Amsterdams Patiënten/Consumenten Platform – APCP – tegen.
Wij besloten toen om de handen inéén te slaan en gezamenlijk activiteiten voor en door migranten met een handicap of chronische ziekte te Tijdens onze eerste themabijeenkomst, met de veelzeggende titel – In Eigen Woorden – is toen spontaan Comité Onze Hoop opgericht. Bestaande uit mensen uit de zaal, migranten met een handicap of chronische ziekte nemen hier aan deel.
Vanaf die tijd zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling geraakt. Wij houden nu regelmatig spreekuur en organiseren themabijeenkomsten, waar lotgenoten elkaar treffen en met elkaar over hun problemen praten – en soms komen ze samen tot oplossingen.
Mensen die tot de allerzwaksten in onze samenleving behoren, mensen die radeloos zijn, mensen die vinden dat ze nergens meer terecht kunnen – komen uit eigen beweging naar ons toe.
Waarom organiseren wij deze activiteiten? Er zijn toch instellingen en regelingen voor gehandicapten en chronisch zieken? Ik zal u vertellen hoe groot de problemen zijn.
De groep migranten met een handicap en een chronische ziekte lijkt wel een onzichtbare groep. Hoe komt dat en is dit waar dames en heren? Zijn er geen migranten met een handicap of een chronische ziekte? Hoe komt het dat de migrant geen of heel weinig gebruik maakt van de voorzieningen voor gehandicapten en chronisch zieken. Wat weten wij eigenlijk van deze groep mensen? Hoe groot is deze groep? Hoe slijten ze hun dagen? Hoe ervaren zij en hun familie hun handicap? Hoe wordt ermee omgegaan?
Eén van de oorzaken van het onzichtbaar zijn van de migrant met een handicap dan wel chronische ziekte is het taboe dat hierop rust. Met andere woorden: bij migranten van Turkse en Marokkaanse afkomst is het hebben van een chronische ziekte een teken van zwakte. Dit is historisch gegroeid.
Veertig jaar geleden kwam de groep migranten waar het vandaag over gaat naar Nederland. Op zoek naar werk, werden zij in het thuisland geronseld, en kwamen zij naar Nederland voor meer mogelijkheden om hun leven aangenamer te maken en een zin te geven. Nederland gaf hen werk en … werk … en ja … nog meer werk. Er was volop werk in Nederland en er waren geen Nederlanders genoeg die dit werk konden doen. Vaak hadden de gastarbeiders, zoals ze destijds genoemd werden, twee of drie banen tegelijkertijd. De aard van het werk was zwaar, het salaris laag, en om in Nederland rond te kunnen komen en geld te sparen voor de familie in het thuisland die helemaal niets had, ging de migrant veelal steeds harder werken …
Het was vaak werk dat door de Nederlander niet meer geambieerd werd. Het waren sterke jonge mannen in de bloei van hun leven. Velen van hen hadden een scenario in hun hoofd. Eerst een paar jaar in Nederland werken – dit geldt overigens voor geheel Europa – om dan vervolgens naar het thuisland terug te gaan.
De migrant ging niet terug naar het land van herkomst. Hij bleef in Nederland – Duitsland – Frankrijk – etc. Gezinnen kwamen over en nieuwe generaties werden en worden geboren in Nederland. Nog steeds staat bij veel migranten waar ik kom ergens bij de voordeur achter een schamel gordijntje een gepakte koffer. Immers als het werk klaar is, gaat hij terug … naar huis.
Levend met deze gedachte heeft deze generatie migranten zich op een andere wijze ontwikkeld – dan gewoon is voor een migrant die een nieuw thuisland kiest om zich er voor goed te vestigen.
Inmiddels is de migrant oud en heeft allerlei handicaps en chronische ziektes. Maar omdat van oudsher de idee leefde van hard werken is chronisch ziek en gehandicapt zijn een teken van zwakte. Hij leeft daarom een teruggetrokken leven. Ook is hij de Nederlandse taal niet machtig en is analfabetisme eerder de norm dan een uitzondering. Hun instelling was daar ook niet naar, ze zouden immers teruggaan. En door het harde werken was er niet eens tijd om de Nederlandse taal te leren.
Nu is het vertrouwen in de overheid laag en de eigen religieuze en culturele achtergrond speelt een grote rol.
Deze migrant die deel uitmaakt van een grote groep wordt gekenmerkt door een algemeen maatschappelijk desinteresse vanuit een gedesillusioneerd levensgevoel en een ontbreken van een toekomstperspectief. Door dit alles kan deze migrant geen gebruik maken van de voorzieningen die er ook voor hem zijn. De steeds groter wordende groep ouderen, gehandicapten en chronisch zieken vinden de weg naar de hulpgevende instanties niet.
Met de komst van de WMO – Wet Maatschappelijk Ondersteuning – is het leven van een gehandicapte en chronisch zieke aanzienlijk zwaarder geworden. Een oerwoud aan regels. Waar moet je zijn voor hulp? De in Nederland geboren en getogen oudere, chronisch zieke en gehandicapte vindt al nauwelijks zijn weg, laat staan de veel minder mondige migrant.
Ook ik ben ooit migrant geweest. Zelf kwam ik in eerste instantie niet direct naar Nederland om te werken. Nee, ik had de wereld rond gezworven uit een drang die … avontuur heet. Uiteindelijk na jaren rondgereisd te hebben kwam ik terecht in Nederland. Ik ging werken en studeren. Ik had twee soms drie banen tegelijkertijd en een studie. Ik was op een gegeven moment zo moe dat ik, zodra ik ergens ging zitten, in slaap viel. Zo ook die bewuste dag van mijn ongeluk. Ik stapte in de auto van een vriend die mij op mijn vrije dag kwam halen om een eindje te gaan toeren. Ik ben al heel snel in slaap gevallen en kwam pas weer bij zinnen in het ziekenhuis.
Ik denk wel eens wat zou er gebeurd zijn als ik niet in slaap zou zijn gevallen …. Maar dit is lang geleden en sindsdien is er veel gebeurd.
Mijn leven stond op z’n kop. Ik had plannen gemaakt, om terug te gaan naar Marokko. En die plannen werden wreed doorkruist. Alles stortte in voor mij. De gedachte om als een gehandicapte man die tevens migrant was door het leven te moeten gaan – was ondraaglijk.
Ik telde opeens niet meer mee. Mensen zeiden het niet hardop maar je hoorde ze denken: ‘wat heb ik nu aan jou’? In de migrantensfeer was invalide zijn een absoluut taboe. Je was minder waard en dat lieten ze je merken. Je echte familie was ver weg en je surrogaatfamilie in de vorm van zogenaamde vrienden lieten je vallen als een baksteen.
Ik ben niet bij de pakken neer gaan zitten. Ik ben zeer bevriend geraakt met mijn isolement en door deze innige vriendschap ben ik in contact gekomen met andere mensen die in een dergelijk isolement leefden. Het werd mijn werk, mensen opzoeken in hun isolement en hen vertellen over hoe mooi het leven kan zijn, ook met een handicap of zelfs dankzij de handicap. Dat klinkt misschien raar en toch ervaar ik het dagelijks zo! Ik ben een gezegend mens.
Tot zover over mijn eigen ervaringen. Een project als Onze Hoop is nodig. Het gaat over mensen die buiten de boot dreigen te vallen – dat je ze een luisterend oor biedt, lotgenotencontacten en één-op-één-begeleiding. Het is een pré-loket-traject.
De doelstelling van Onze Hoop is dan ook: het verbeteren van de situatie van mensen met een handicap of chronische ziekte en terugdringen van het sociaal isolement.
Tot nu toe zijn wij vooral bezig geweest met begeleiding door lotgenoten, themabijeenkomsten en spreekuren. Toch staan wij nog aan het begin van een lange weg. Zo hebben wij gebrek aan goede woonruimte en actief engagement van de politiek in de vorm van een structurele subsidie. Waar wij uiteindelijk naar toe willen is maatschappelijk spreekuur in minimaal 5 stadsdelen in Amsterdam, regelmatige themabijeenkomsten en andere activiteiten, waaronder voorlichtingen en trainingen. En een adviesfunctie naar de overheid toe. Ook de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) heeft onze bijzondere aandacht en wij volgen de ontwikkelingen en ervaringen daarmee kritisch.
Ik moet heel eerlijk zeggen dat het ook voor mij nog steeds moeilijk is om dingen voor elkaar te krijgen waar ik als gehandicapte recht op heb!
Ik wil u wijzen op het bestaan van de dvd WMO ooh!
Het is specifiek over allochtonen. Het is gemaakt in opdracht van APCP/Zorgbelang Nederland in samenwerking met Assadaaka en Comite OnzeHoop. Het is te koop is bij APCP. Het kost 10 Euro.
Voor meer informatie: http://www.onzehoop.web-log.nl E.mail: info.onzehoop@gmail.com
Tel.: 0610112691
Ik wil u graag iets vertellen over ons project Onze Hoop.
Ongeveer twee jaren geleden kwam ik Arthur Vreede van het Amsterdams Patiënten/Consumenten Platform – APCP – tegen.
Wij besloten toen om de handen inéén te slaan en gezamenlijk activiteiten voor en door migranten met een handicap of chronische ziekte te Tijdens onze eerste themabijeenkomst, met de veelzeggende titel – In Eigen Woorden – is toen spontaan Comité Onze Hoop opgericht. Bestaande uit mensen uit de zaal, migranten met een handicap of chronische ziekte nemen hier aan deel.
Vanaf die tijd zijn de ontwikkelingen in een stroomversnelling geraakt. Wij houden nu regelmatig spreekuur en organiseren themabijeenkomsten, waar lotgenoten elkaar treffen en met elkaar over hun problemen praten – en soms komen ze samen tot oplossingen.
Mensen die tot de allerzwaksten in onze samenleving behoren, mensen die radeloos zijn, mensen die vinden dat ze nergens meer terecht kunnen – komen uit eigen beweging naar ons toe.
Waarom organiseren wij deze activiteiten? Er zijn toch instellingen en regelingen voor gehandicapten en chronisch zieken? Ik zal u vertellen hoe groot de problemen zijn.
De groep migranten met een handicap en een chronische ziekte lijkt wel een onzichtbare groep. Hoe komt dat en is dit waar dames en heren? Zijn er geen migranten met een handicap of een chronische ziekte? Hoe komt het dat de migrant geen of heel weinig gebruik maakt van de voorzieningen voor gehandicapten en chronisch zieken. Wat weten wij eigenlijk van deze groep mensen? Hoe groot is deze groep? Hoe slijten ze hun dagen? Hoe ervaren zij en hun familie hun handicap? Hoe wordt ermee omgegaan?
Eén van de oorzaken van het onzichtbaar zijn van de migrant met een handicap dan wel chronische ziekte is het taboe dat hierop rust. Met andere woorden: bij migranten van Turkse en Marokkaanse afkomst is het hebben van een chronische ziekte een teken van zwakte. Dit is historisch gegroeid.
Veertig jaar geleden kwam de groep migranten waar het vandaag over gaat naar Nederland. Op zoek naar werk, werden zij in het thuisland geronseld, en kwamen zij naar Nederland voor meer mogelijkheden om hun leven aangenamer te maken en een zin te geven. Nederland gaf hen werk en … werk … en ja … nog meer werk. Er was volop werk in Nederland en er waren geen Nederlanders genoeg die dit werk konden doen. Vaak hadden de gastarbeiders, zoals ze destijds genoemd werden, twee of drie banen tegelijkertijd. De aard van het werk was zwaar, het salaris laag, en om in Nederland rond te kunnen komen en geld te sparen voor de familie in het thuisland die helemaal niets had, ging de migrant veelal steeds harder werken …
Het was vaak werk dat door de Nederlander niet meer geambieerd werd. Het waren sterke jonge mannen in de bloei van hun leven. Velen van hen hadden een scenario in hun hoofd. Eerst een paar jaar in Nederland werken – dit geldt overigens voor geheel Europa – om dan vervolgens naar het thuisland terug te gaan.
De migrant ging niet terug naar het land van herkomst. Hij bleef in Nederland – Duitsland – Frankrijk – etc. Gezinnen kwamen over en nieuwe generaties werden en worden geboren in Nederland. Nog steeds staat bij veel migranten waar ik kom ergens bij de voordeur achter een schamel gordijntje een gepakte koffer. Immers als het werk klaar is, gaat hij terug … naar huis.
Levend met deze gedachte heeft deze generatie migranten zich op een andere wijze ontwikkeld – dan gewoon is voor een migrant die een nieuw thuisland kiest om zich er voor goed te vestigen.
Inmiddels is de migrant oud en heeft allerlei handicaps en chronische ziektes. Maar omdat van oudsher de idee leefde van hard werken is chronisch ziek en gehandicapt zijn een teken van zwakte. Hij leeft daarom een teruggetrokken leven. Ook is hij de Nederlandse taal niet machtig en is analfabetisme eerder de norm dan een uitzondering. Hun instelling was daar ook niet naar, ze zouden immers teruggaan. En door het harde werken was er niet eens tijd om de Nederlandse taal te leren.
Nu is het vertrouwen in de overheid laag en de eigen religieuze en culturele achtergrond speelt een grote rol.
Deze migrant die deel uitmaakt van een grote groep wordt gekenmerkt door een algemeen maatschappelijk desinteresse vanuit een gedesillusioneerd levensgevoel en een ontbreken van een toekomstperspectief. Door dit alles kan deze migrant geen gebruik maken van de voorzieningen die er ook voor hem zijn. De steeds groter wordende groep ouderen, gehandicapten en chronisch zieken vinden de weg naar de hulpgevende instanties niet.
Met de komst van de WMO – Wet Maatschappelijk Ondersteuning – is het leven van een gehandicapte en chronisch zieke aanzienlijk zwaarder geworden. Een oerwoud aan regels. Waar moet je zijn voor hulp? De in Nederland geboren en getogen oudere, chronisch zieke en gehandicapte vindt al nauwelijks zijn weg, laat staan de veel minder mondige migrant.
Ook ik ben ooit migrant geweest. Zelf kwam ik in eerste instantie niet direct naar Nederland om te werken. Nee, ik had de wereld rond gezworven uit een drang die … avontuur heet. Uiteindelijk na jaren rondgereisd te hebben kwam ik terecht in Nederland. Ik ging werken en studeren. Ik had twee soms drie banen tegelijkertijd en een studie. Ik was op een gegeven moment zo moe dat ik, zodra ik ergens ging zitten, in slaap viel. Zo ook die bewuste dag van mijn ongeluk. Ik stapte in de auto van een vriend die mij op mijn vrije dag kwam halen om een eindje te gaan toeren. Ik ben al heel snel in slaap gevallen en kwam pas weer bij zinnen in het ziekenhuis.
Ik denk wel eens wat zou er gebeurd zijn als ik niet in slaap zou zijn gevallen …. Maar dit is lang geleden en sindsdien is er veel gebeurd.
Mijn leven stond op z’n kop. Ik had plannen gemaakt, om terug te gaan naar Marokko. En die plannen werden wreed doorkruist. Alles stortte in voor mij. De gedachte om als een gehandicapte man die tevens migrant was door het leven te moeten gaan – was ondraaglijk.
Ik telde opeens niet meer mee. Mensen zeiden het niet hardop maar je hoorde ze denken: ‘wat heb ik nu aan jou’? In de migrantensfeer was invalide zijn een absoluut taboe. Je was minder waard en dat lieten ze je merken. Je echte familie was ver weg en je surrogaatfamilie in de vorm van zogenaamde vrienden lieten je vallen als een baksteen.
Ik ben niet bij de pakken neer gaan zitten. Ik ben zeer bevriend geraakt met mijn isolement en door deze innige vriendschap ben ik in contact gekomen met andere mensen die in een dergelijk isolement leefden. Het werd mijn werk, mensen opzoeken in hun isolement en hen vertellen over hoe mooi het leven kan zijn, ook met een handicap of zelfs dankzij de handicap. Dat klinkt misschien raar en toch ervaar ik het dagelijks zo! Ik ben een gezegend mens.
Tot zover over mijn eigen ervaringen. Een project als Onze Hoop is nodig. Het gaat over mensen die buiten de boot dreigen te vallen – dat je ze een luisterend oor biedt, lotgenotencontacten en één-op-één-begeleiding. Het is een pré-loket-traject.
De doelstelling van Onze Hoop is dan ook: het verbeteren van de situatie van mensen met een handicap of chronische ziekte en terugdringen van het sociaal isolement.
Tot nu toe zijn wij vooral bezig geweest met begeleiding door lotgenoten, themabijeenkomsten en spreekuren. Toch staan wij nog aan het begin van een lange weg. Zo hebben wij gebrek aan goede woonruimte en actief engagement van de politiek in de vorm van een structurele subsidie. Waar wij uiteindelijk naar toe willen is maatschappelijk spreekuur in minimaal 5 stadsdelen in Amsterdam, regelmatige themabijeenkomsten en andere activiteiten, waaronder voorlichtingen en trainingen. En een adviesfunctie naar de overheid toe. Ook de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) heeft onze bijzondere aandacht en wij volgen de ontwikkelingen en ervaringen daarmee kritisch.
Ik moet heel eerlijk zeggen dat het ook voor mij nog steeds moeilijk is om dingen voor elkaar te krijgen waar ik als gehandicapte recht op heb!
Ik wil u wijzen op het bestaan van de dvd WMO ooh!
Het is specifiek over allochtonen. Het is gemaakt in opdracht van APCP/Zorgbelang Nederland in samenwerking met Assadaaka en Comite OnzeHoop. Het is te koop is bij APCP. Het kost 10 Euro.
Voor meer informatie: http://www.onzehoop.web-log.nl E.mail: info.onzehoop@gmail.com
Tel.: 0610112691
Helaas is Ahmed niet geeindigd op de eerste plaats, maar voor het buurtlink.nl team was hij wel de beste, en hebben ze voor hem een inzameling gehouden, en hem verast met de oprbrengst.
Caroline Tensen verast Ahmed met een bus voor hem.
buurtlink.nl nogmaals bedankt !
Helaas is Ahmed niet geeindigd op de eerste plaats, maar voor het buurtlink.nl team was hij wel de beste, en hebben ze voor hem een inzameling gehouden, en hem verast met de oprbrengst.
Caroline Tensen verast Ahmed met een bus voor hem.
buurtlink.nl nogmaals bedankt !
|
Datum: 13 november 2007
Aan: Stadsdeel Zeeburg t.a.v. dhr. J. Hoek postbus 380 1000 AJ Amsterdam
Van:
ASSADAAKA en Comité ONZE HOOP
Betreft: geschikte ruimte
Geachte heer Hoek, Het stadsdeel heeft een aantal keer een balletje opgegooid over een eventuele ruimte voor ZIN, ASSADAAKA en Comité ONZE HOOP. Dat zijn tot nog toe volstrekt onbruikbare ruimtes, zowel qua toegankelijkheid (Ceramplein) of óók nog ongeschikt qua ligging (sporthal bij de viaduct bij het Flevohuis, omgeving niet veilig in de avond voor rolstoelen of scootmobiel). Daarnaast zijn het ruimtes die om diverse redenen (o.a. bezet door andere organisaties) geen plaats hebben voor extra activiteiten. Als we zulke ervaringen, met de nietszeggende voorstellen van het stadsdeel dan teruggeven, horen we er nooit meer iets van. Er komt nooit iets op schrift. Er kunnen geen afspraken gemaakt worden. Wij hebben sterk het idee dat het stadsdeel niet weet waar ze het over heeft, als ze ons weer zo’n “luchtfietserig”voorstel doen.
Wij willen, gezien onze achterban een veilig, schoon, goed toegankelijk centraal gelegen pand in de Indische buurt. Een plek waar men ook bijv. een scootmobiel buiten óf binnen kan laten staan. Onze achterban, bestaat uit ruim aantal verschillende nationaliteiten. Mensen, die met elkaar zinvol bezig zijn. Zij hebben recht op een goed onderkomen.
Assadaaka geeft naast voorlichting/advies en hulp, cursussen Nederlands, Arabisch voor niet Arabische sprekenden, zij organiseren talloze discussiebijeenkomsten over de meest uiteenlopende onderwerpen (zie bijlage). Per 7 december is hun contract voor de Meevaart niet verlengd. Waar Assadaaka, dat vrijwel iedere avond vol zit met mensen die meer willen weten/begrijpen, kennis met elkaar willen delen, elkaar willen leren kennen, met zijn activiteitenplanning heen moet is absoluut niet duidelijk. Zoals het er nu uitziet staan ze op straat. Voor de 17-jarige geschiedenis van Assadaaka verwijs ik u naar de bijlage.
Comité Onze hoop organiseert bijeenkomsten voor gehandicapten en hun familie/mantelzorgers. Sommige van deze mensen zijn jaren niet buiten geweest. Door voorlichting en hulp hebben zij weer hoop voor de toekomst.
Wij als ZIN zijn een groeiende vereniging. Er komt steeds meer werk op ons af. We zijn zeer dringend toe aan uitbreiding van onze vereniging met buurtactiviteiten. Zonder eigen ruimte, uiteraard niet alleen een vergaderruimte, stagneert de opbouw van ZIN. Door samenwerking van de drie genoemde organisaties kunnen we de belangenbehartiging/activiteiten op een hoger geïntegreerd niveau brengen. Het bieden van kwaliteit staat voorop én WIJ ZIJN ER VOOR IEDEREEN. Hoewel we ons realiseren dat we voor de zoveelste keer aan zetherhaling doen, worden we hiertoe, door op zijn zachts gezegd nonchalant beleid van het stadsdeel, gedwongen. Over het gehele WMO gebeuren is van het stadsdeel nog weinig vernomen. Wel is al duidelijk dat ZIN een partner is in deze, o.a. op het gebied van advisering aan het stadsdeel, hulp en advies aan onze achterban, lotgenotencontact, buurtactiviteiten. Wij willen in de gelegenheid gesteld worden onze verantwoordelijkheid waar te maken, en ja, daar zijn meerdere partners voor nodig. Om onze doelstelling, een meer ZINvol bestaan voor onze gezamenlijke achterban, waar te maken hebben we ruimte nodig, ruimte waar naast overleg ook activiteiten kunnen plaatsvinden. Nogmaals gezien onze achterban een centraal in de Indische buurt gelegen toegankelijk en veilig pand. We hebben ruimte nodig waar wij als 3 organisaties kunnen functioneren en groeien, zowel qua aantal mensen die we kunnen bereiken, als qua niveau. Tenslotte moet de participatie zinsnede uit de WMO-wet wél handen en voeten krijgen. Onze zorg dat er voor de zoveelste keer praatjes rondom een bezuinigingsoperatie worden gebezigd, zijn in het verleden helaas maar al te vaak bewaarheid. Tot besluit, wij verwachten duidelijkheid voor 20 november. Wij zijn nu anderhalf jaar bezig en willen verder! De maat is gewoon helemaal vol! Vriendelijke groeten,
Marianne Spierings (voorzitter ZIN)
|